Waarom de Giro al in de winter start

Op 4 mei start de Giro d’Italia. In drie weken tijd wordt alles beslist, ook voor de renners van Team LottoNL-Jumbo, met George Bennet als kopman, Danny van Poppel voor de sprints, en Robert Gesink als pion in zware etappes. Het team moet in optimale doen aan de start in Jeruzalem verschijnen; fysiek maar ook mentaal. Psycholoog en Vifit Sport expert Martijn Veltkamp sprak met het team over hun mentale voorbereiding.

De Giro duurt (inclusief rustdagen) 23 dagen, maar als het gaat om de weg er naartoe mag je daar gerust 180 dagen bij optellen. ‘De Giro is allang begonnen,’ vertelde ploegleider Addy Engels halverwege april. ‘Die begint normaal gesproken al voor de winter. Na de seizoensevaluaties brengen we al in grote lijnen de selectie in beeld voor de grote rondes, en hoe we die gaan aanpakken.’

Daarmee is niet gezegd dat er vanaf oktober non-stop koortsachtig woordt toegewerkt naar de Italiaanse ronde. ‘In de winter bereid je je voor op het hele seizoen, niet alleen de Giro,’ vertelt de 24-jarige spurter Danny van Poppel. Toch werkt het idee dat hij die ronde rijdt als een mentaal vliegwiel in die koude maanden zonder competitie, maar met veel en vaak eenzame- training. ‘Het vooruitzicht om de kopman in de sprints te zijn in de Giro, dat is wel extra motiverend. Zeker als je twee jaar lang geen grote ronden hebt gedaan, is het extra motiverend om daar hard voor te trainen. ’ 

De motivatie waar van Poppel over spreekt is één van de psychologische elementen die bepalend is of een renner niet alleen fysiek maar ook mentaal klaar is voor een koers. Behalve motivatie is focus, vertrouwen en mentale weerbaarheid nodig om met stress en tegenslagen om te gaan. Maar hoe doe je dat? Ik vroeg George Bennett naar zijn route tot de start in Jeruzalem.

Ik spreek de ronderenner terwijl hij net terug is van een 4-urige training in een door sneeuw ingepakte Sierra Nevada. ‘Mijn Giro startte in de eerste week van februari,’ vertelt hij. ‘Na het seizoen raak ik 6 weken geen fiets aan en daarna begin ik weer met trainingen van een uur of 3. Thuis, in Nieuw Zeeland. De middagen ontspan ik vooral, met familie en vrienden. Dan neem ik afstand van het fietsen. En dat is in een niet bepaald fiets minded land niet moeilijk.' 

‘Rond februari wordt het behoorlijk intens, dan train ik 6 tot 7 uur per dag,’ vervolgt de Nieuw-Zeelander. ‘Eenmaal in Europa draait het dan vooral om een sterk voorseizoen rijden, en om het bouwen van vertrouwen en (fysieke) hardheid. Maar,’ voegt hij er gelijk aan toe ‘alles draait om de Giro. Naarmate het hoofddoel dichterbij komt, wordt het steeds meer opgevoerd, tot de piek hier (op hoogtestage in Spanje). Vanaf het moment dat je wakker wordt is hier de hele dag voor je gepland. Ik trainde 100%, maar nu train ik 100% op hoogte, dus nu komt alles bij elkaar.’

Op deze manier gaan de fysieke en mentale voorbereiding hand in hand. Vroeg in het jaar is er veel meer ruimte tot ontspanning en tot afstand van de koers-hectiek en naarmate de fysieke voorbereidingen intensiever worden, neemt de mentale focus op het hoofddoel ook steeds meer toe. 

Nu is de Giro natuurlijk niet de eerste wedstrijd in het seizoen, en bovendien niet de eerste wedstrijd waar de renners willen presteren. In januari bijvoorbeeld reed Robert Gesink al top 10 in de Tour Down Under, en Bennett deed dat zowel in de Tirreno-Adriatico als de Ronde van Catalonië. Je moet als renner een weg zien te vinden tussen onverstoorbaar naar die stip op de horizon toewerken en goed willen zijn in alle koersen op de weg daar naartoe. Al is dat laatste volgens Gesink niet goed meer mogelijk in het moderne wielrennen. ‘In het verleden ging je overal waar je startte maximaal, maar de sport is heel erg veranderd en dat gaat bijna niet meer. In elke koers wordt er op het scherpst van de snede gestreden, omdat een aantal man daar een hoofddoel van gemaakt heeft. De tijd van Zoetemelk waarin ze met zijn allen in de Ronde van de Middellandse zee begonnen en daarna langzaam de boel in gang trokken, die tijd is niet meer. De stress in wedstrijden is daardoor enorm. Je hebt dus breaks nodig,’ concludeert de Varssevelder. ‘Even opladen, en dan weer door naar het volgende doel.’

Robert gesink


Bij Team LottoNL-Jumbo werken ze met een kleursysteem om de sportieve doelen te managen. ‘Je hebt evenementen die zijn roodgekleurd, dat zijn echt je doelen,’ licht Gesink toe. ‘Dan heb je de geelgekleurde, die zijn ook wel belangrijk, maar dan heb je meer een vrije rol. En dan heb je groen, waarin je in dienst van de ploeg rijdt.’ In aanloop naar de Ronde van Italië zijn de Amstel Gold Race voor hem bijvoorbeeld groen, en de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik rood. Wat betreft de Giro zelf is deze voor Gesink geel, maar voor Bennett en van Poppel rood. ‘Ik ben wel fan van dat kleursysteem, want iedereen weet hoe jij in die koers staat. Je hoeft je niet mentaal iedere koers vol te geven. Niet altijd onder hoogspanning.’

De gedachte achter het kleurensysteem is psychologisch waardevol; het is al decennia bekend dat je beter presteert wanneer je je focust op specifieke doelen (bijvoorbeeld de vlakke etappes in de Giro, zoals bij van Poppel) in plaats van algemene regels als ‘altijd goed willen zijn’. Bovendien helpt het daarbij om je progressie bijvoorbeeld via subdoelen (zoals de Ronde van Valencia) meetbaar te maken. Subdoelen motiveren bovendien. En doelen stellen is prioriteiten stellen, waarmee de druk niet meer op alle, maar alleen op aangestipte wedstrijden komt te liggen (mits de prioriteiten ook voor je omgeving duidelijk zijn; want anders kan de druk via hen alsnog opgevoerd worden).

Bennett verwoord de noodzaak van ontspannen kunnen blijven rijden in aanloop naar de Giro mooi, wanneer ik hem vraag hoe hij omgaat met bijvoorbeeld de Tirreno of de Ronde van Catalonië. ‘In die week focus ik op het resultaat. Ik doe mijn best. Maar weet je, ik ga erheen om plezier te hebben, ik geniet ervan, en dat maakt ze een stuk gemakkelijker. Als je gespannen bent in de Tour Down Under, en dan de Tirreno, en Catalonië, dan telt dat allemaal op. Dat is gewoon geen houdbare levensstijl.’ 

‘Als je af en toe afstand kunt nemen van de stress,’ vervolgt Gesink op zijn beurt, ‘dan heb je meer mentale ruimte om de tegenslagen die toch wel gaan komen aan te kunnen. Bijvoorbeeld mijn beste Tour van de afgelopen jaren heb ik voorbereid met mijn gezin in Californië, op hoogtestage; hard werken, dat wel, maar ik was wel ontspannen. Ik ging die Tour zo relaxed in, dat ik daardoor denk ik dat niveau haalde. Omdat die ruimte er was, ook in je hoofd, om om te gaan met alles wat je tegenkomt.’

‘Zonder mijn ploeg had ik de Giro ook wel gewonnen,’ sneerde Jevgeni Berzin uit de omstreden Gewiss-Ballan ploeg na afloop van zijn eindwinst in 1994. Zijn opmerking vormt een mooi contrast met de werkelijkheid. Fietsen is een teamsport, tegenwoordig misschien nog wel meer dan in het verleden. Fysiek en mentaal moeten de heren van Team LottoNL-Jumbo 100% zijn op 4 mei, maar de 8 moeten daarboven een team zijn. De som is meer dan het geheel der delen. 

Danny van Poppel

Ook aan het bouwen van teamspirit wordt bewust nagedacht, aldus Addy Engels. ‘Een groot deel van de Giroploeg ging in april bijvoorbeeld op hoogtestage, 3 weken lang. Dat is bewust zo, om die jongens fysiek voor te bereiden op de Giro door middel van die hoogtestage. Maar voor een jongen als Gijs Van Hoecke, die gaat daar wel voordeel van hebben, maar die is daar ook echt voor de teamgeest. Straks in de sprintfinales moet hij voor Danny door een muur rijden en dan is het belangrijk dat je elkaar goed kent.’

 Na maanden trainen, op de voeding letten, de houding, de kleinste details, na duizenden kilometers in het zadel met een steeds grotere focus op die ene koers, zal de eerste roze trui na een schamele 10 kilometer uitgereikt worden. Bij het Nederlandse team hebben ze er zin in. Gesink: ‘We staan er goed voor om er een mooie Giro van te maken.’

MEER LEZEN OVER TEAM LOTTONL-JUMBO?