op weg naar de giro: Robert Gesink

De weg naar de Giro: RobertGesink De Giro d’Italia is traditioneel een ontzettend zware koers,met ev

De Giro d’Italia is traditioneel een ontzettend zware koers, met evenveel aankomsten bergop als etappes die zich voor een sprint lenen. Dit jaar heeft Team LottoNL-Jumbo klimmer Robert Gesink een vrije rol om in die zware etappes op zoek naar winst te gaan. VifitSport expert en wielerauteur Martijn Veltkamp sprak met de 31-jarige Varssevelder over zijn aanloop naar de Giro d’Italia.

Je hebt veel rondes gereden in je carrière, met mooie uitslagen in de klassementen, maar dit is pas je 2e Giro, klopt dat? 

Ja, klopt. Ik heb in 2013 ook meegedaan. Dat was een hele koude editie, veel sneeuw. Toen reed ik voor het klassement en dat ging eigenlijk best wel goed, ik denk dat ik net bij de 1e tien stond, tot ik in de laatste week last kreeg van hartritmestoornissen. Op dat moment ben ik naar huis gegaan. De ervaringen met de Giro zijn niet optimaal,’ lacht de renner, ‘maar het is wel een hele mooie koers, en in mijn nieuwe rol is ook de Giro ineens weer een hele interessante optie om te proberen. Vooral in de 2e en 3e week liggen kansen voor mij, een aantal loodzware etappes. Daar gaan we het gewoon proberen.’

Kun je wat meer vertellen over je nieuwe rol, en waarom je daarvoor gekozen hebt? 

Mijn focus is wat verandert in de afgelopen jaren van het klassement naar ritoverwinningen. In de Tour Down Under dit voorjaar ging ik wel voor het klassement [Gesink werd daarin 10e], maar in de grote rondes niet meer. Twee jaar geleden in de Vuelta pakte dat goed uit, toen won ik de koninginnenrit en zat ik een paar keer goed mee. De omschakeling is een proces dat je moet leren. Het is heel anders dan alleen op het klassement focussen. Af en toe val ik nog terug in mijn oude gewoontes, maar het gaat in het algemeen best wel goed. In de Tour viel ik afgelopen jaar uit, maar ook daar ging dat goed, met een tweede plek in een rit.’

Was het een moeilijke beslissing om van het klassement naar etappes over te schakelen? 

‘Nee. Als je het een aantal jaren gedaan hebt weet je wat je plek een beetje is; ik ben 4e en 6e geweest in de Tour, dat is het zo ongeveer. De wielersport verandert bovendien. Als jij een rit in de Tour wilt winnen dan moet je of in de goede ontsnapping zitten of je moet de besten in koers kloppen. Dat laatste heb ik een jaar of 10 geprobeerd met weinig succes. Het lijkt me dan dus een verstandige zet om de tactiek iets aan te passen, en het klassement te laten lopen om zo meer ruimte te creëren om ritten te winnen.’

Heb je in de Vuelta van 2016 al bewust gekozen voor de ritten te gaan, of is dat plan op basis van dat succes ontstaan? 

Ik speelde daar al wel mee. Een klassement zou ik zeker niet gaan rijden, doordat ik in Zwitserland gevallen was op mijn hoofd. Mijn aanloop was niet ideaal, en daardoor kwam het wel een klein beetje toevallig dat dat in die ronde zo goed uitpakte. Ik had natuurlijk wel mijn trainingen gedaan en was op hoogte geweest, maar toch. Het was voor mij toch een eye-opener, dat ik dat ook wel kon. Gewoon op een aantal dagen focussen, dat ging heel goed. Dat was wel een injectie van moraal, van plezier in de sport, in mijn carrière. Dat wil ik nu herhalen, maar dan in de Giro of de Tour.’

Hoe werk je toe naar bijvoorbeeld de Giro. Zijn alle wedstrijden in de aanloop even belangrijk? 

‘We werken bij Team LottoNL-Jumbo met een systeem. Je hebt evenementen die zijn roodgekleurd, dat zijn echt je doelen. Dan heb je de geelgekleurde, waarin je een vrije rol hebt, die zijn ook wel  belangrijk. En dan heb je groen, waarin je in dienst van de ploeg rijdt. In het verleden ging je vaak overal waar je startte maximaal, maar de sport is heel erg verandert en dat gaat bijna niet meer. Wij zitten hier nu op hoogtetraining, en ook veel andere renners zitten hier. Zo’n periode van trainen maar niet koersen plan je in om beter te zijn op 1 specifiek evenement.  Dat is een trend in de wielersport. Je kunt bijna niet meer overal top zijn.’

Joop Zoetemelk vertelde ooi dat ze in hun tijd weinig trainden; ze trainden door wedstrijden te rijden. In de jaren ’80 verdween dat al grotendeels, en werd er meer gefocust op bepaalde koersen. Is dat nu nog verder toegenomen dan? 

‘Jazeker, die tijden kun je al bijna niet meer met elkaar vergelijken. Toen ik beroepsrenner werd had je nog van dat soort renners, en ikzelf heb ook wel jaren gehad waar ik overal voor het klassement reed. Maar de sport is in de breedte sterker geworden. Het niveau is omhoog gegaan, professioneler, ook door ploegen zoals Sky die met enorme budgetten in die richting pushen. Kijk naar wat we nu hebben: we hebben een hele afdeling die alleen maar bezig is met de kleine dingetjes. Windtunnels, voeding, de mentale kant, die ‘marginal gains’, die halve procentjes. De sport is enorm ontwikkeld en daar moet je in mee.’

Is het daardoor mentaal niet zwaarder geworden? 

‘Ja, vooral omdat de stress enorm is, er zijn geen gemakkelijke koersen meer. In elke koers wordt er op het scherpst van de snede gestreden, omdat er een aantal man daar een hoofddoel van gemaakt hebben. De tijd van Zoetemelk waarin ze met zijn allen in de Ronde van de Middellandse zee begonnen en langzaam in gang trokken dat is niet meer. De 1e koers van het jaar is al de belangrijkste, iedere ploeg wil er meteen staan, en daardoor is het mentaal veel zwaarder; je kunt niet overal top zijn. Je hebt een break nodig. Even opladen, en dan weer door naar het volgende doel.’

Kun je daar een voorbeeld van geven? 

‘Neem mijn beste Tour van de afgelopen jaren. In de voorbereiding reed ik de Ronde van Californië, en toen ben ik daar met mijn gezin in Californië gebleven, op hoogtestage. Hard werken, dat wel, maar ik was wel relaxt, er was niemand bij, alleen mijn gezin, ik hoefde niets, niet alle verplichte interviews, niet alle verplichte dingetjes, dat was een hele relaxte periode. Ik was die Tour zo relaxed nog, omdat ik niet die aanloop had gehad van allemaal dingen die moesten en al heel gefocust zijn. Daardoor haalde ik denk ik mijn beste niveau van de afgelopen jaren. Omdat die ruimte er was, ook in mijn hoofd, om om te gaan met alles wat je tegenkomt.’

Is voor jou je gezin belangrijk om met alle stress om te gaan?

‘Voor mij zeer zeker. Ik probeer vrouw en kinderen zoveel mogelijk in het geheel te betrekken. Ik heb ze dit jaar een hele maand meegenomen naar Australia. Voor mij is dat toch wie je bent en zij vinden het ook leuk om mee te reizen. Mijn dochter is 6 en heeft al 150 keer in het vliegtuig gezeten, die gaat overal mee naartoe. Als je een rustdag hebt en je fietst een uurtje of 2, dan spreek je ergens af voor lunch of zo, en dan maak je er gewoon een familiedagje van. Dat werkt voor mij. De momenten die je samen bent, moet je goed benutten.’