Op weg naar de GIRO: Danny van Poppel


Voorbereiden op de Giro: Danny van Poppel


De Giro d’Italia biedt dit jaar genoeg kansen voor sprinters om voor de dagzege te gaan. Bij Team LottoNL-Jumbo is de 25-jarige Danny van Poppel de aangewezen man om voor spurtzeges te gaan. VifitSport expert en wielerauteur Martijn Veltkamp sprak met de Team LottoNL-Jumbo sprinter over zijn aanloop naar de Giro d’Italia.

Wanneer begint de Giro voor jou?
‘Ik zit nu [10 april] al op hoogte voor de Giro, dus die is al begonnen. Maar de voorbereiding speciaal voor de Giro… Je bereidt je in de winter voor op het hele seizoen, en op hoogte pas speciaal voor de Giro.’

De Giro lijkt op papier 7 etappes te hebben die geschikt zijn voor een sprint. Zijn er etappes waar je je speciaal op richt?
‘In Israël zijn er al twee vlakke etappes, en in Italië zijn er ook best nog wel veel kansen. Dat is dus wel heel goed nieuws. Ik moet me speciaal focussen op die sprintetappes, maar of dat nu de 1e of de laatste week is, dat maakt niet uit.’

Hoe werk je toe naar de Giro?
‘Door de hoogtestage, maar natuurlijk doe ik ook sprinttraining. Al doe ik dat laatste eigenlijk heel het seizoen. Momenteel zit ik vooral op hoogte om in de Giro goed te zijn. Verder doe ik nog de Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik, maar die rijd ik meer om koersritme op te doen. En dan train ik thuis nog goed achter de scooter, om snelheid op te doen voor de Giro en de sprints.’

In de Giro zitten Jos van Emden en Gijs van Hoecke in de sprinttrein. Is het belangrijk om als ‘trein’ te trainen, of is het vooral belangrijk dat iedereen goed in vorm is?
‘Het belangrijkste is dat je goed in vorm bent, dus door de maanden voorafgaand aan de wedstrijd. Om in een wedstrijd de lead-out te doen, dat kun je moeilijk trainen. In de koers is het heel anders dan in training. In de koers leer je elkaar kennen.’

En wat maakt dat belangrijk, om elkaar te kennen?
‘Dat gaat om vertrouwen. En iedereen is anders in de wedstrijd, de een is meer bang, remt sneller. Of Jos bijvoorbeeld, die kan heel hard anderhalve kilometer rijden, en zo heeft iedereen zijn eigen ding. Ik zit nog niet zo lang bij de ploeg [sinds dit seizoen] dus ik ken die mannen nog niet zo goed, maar we hebben het inmiddels aardig onder de knie dus ik zie het wel zitten.’

In de wintermaanden bereid je je voor op de Giro en het seizoen, is dat mentaal lastig?
‘Dat is topsport hè, zeker in het wielrennen, dat is toch best wel eens eenzaam. Ik heb een appartement in Spanje, daar train je dan ook wel weer met anderen. We hebben een stuk of 9 renners van de ploeg daar, dus die zie ik daar wel af en toe. Weet je, het is mijn leven en ik weet niet anders. Straks ga ik naar huis, dan ben ik twee weken bij de familie, en dan ben ik wel weer klaar om een maand van huis te gaan.’

Is er in de wintermaanden iets dat je extra motiveert?
‘Het vooruitzicht om de kopman in de sprints te zijn in de Giro, dat is wel extra motiverend. Zeker als je twee jaar lang geen grote ronden hebt gedaan, is het extra motiverend om daar hard voor te trainen. Om klaar te zijn voor de Giro.’