OP weg naar de Giro: Addy Engels

De rol van de ploegleider: Interview met Addy Engels

Wielrennen draait om wielrenners, zo simpel is het. Zij staan in het voetlicht. Maar om tot topprestaties te komen is een heel begeleidend team nodig. Hun rol is veel minder zichtbaar. Een belangrijke persoon op de achtergrond is de ploegleider. VifitSport expert en wielerauteur Martijn Veltkamp sprak met de Team LottoNL-Jumbo Giro ploegleider Addy Engels over zijn rol in de aanloop naar een succesvolle Giro d’Italia.

 Wanneer begint de Giro voor jou als ploegleider?

‘Die is allang begonnen. Qua selecties, die maken we na de seizoensevaluaties, voor de winter. Dan hebben we al in grote lijnen de selectie in beeld voor de grote ronden, en hoe we die gaan aanpakken. En wat betreft de periode dat je specifiek gaat voorbereiden… Normaal plant de organisatie van de Giro tussen de Tirreno-Adriatico en Milaan San-Remo een vergadering voor alle deelnemende ploegen, vol mededelingen over hoe de Giro er logistiek uit gaat zien. Daar presenteren ze in detail de route en alle logistiek die daarbij hoort. Met die info ga je specifiek aan de slag. Dit jaar was dat allemaal wat eerder, met de start in Israël.’

Het specifieke plan voor de renners in aanloop naar de Giro, maak je dat afzonderlijk voor iedere renner?
‘Dat is voor iedere renner individueel inderdaad. Dat doe ik niet, daar zijn onze trainers mee bezig. Zodra we de Giro-selectie in beeld hebben, en dat is meestal in de winter, dan is ook het rittenschema van de Giro al bekend. Daar houden we dan al rekening mee, door bijvoorbeeld de beste lijn van wedstrijden richting Giro te bepalen. Maar ook door te kijken waar we de hoogtestage leggen voor onze kopmannen. Bennett, Gesink, en van Poppel hebben een wedstrijdprogramma gedaan, maar zeker voor George heeft dat in het teken gestaan van de Giro. In mei moeten ze op hun best zijn.’

Wat is je rol als ploegleider daarin? 


’Ik ben niet bij de details van de training betrokken, maar wel in het contact. Iedere ploegleider staat bij ons in nauw contact met een klein groepje renners. Dat is meer een coachingrol. In mijn groepje heb ik bijvoorbeeld George, Danny, en Gijs van Hoecke, die de Giro doen. Dat contact is niet alleen telefonisch, maar je zorgt dat je elkaar regelmatig kunt zien. Op het sportieve vlak is dat mijn belangrijkste rol: het contact, waar loop je tegenaan. Het fysieke stuk doet de trainer. En ook voor voeding hebben we speciale mensen.’

Werk je actief aan het bouwen van een team, en teamgeest, voor de Giro? Zorg je bijvoorbeeld dat het Giroteam ook samen de kleinere rondes rijdt? 

’Dat doen we niet met alle 8, dat gaat gewoon niet, maar wel met een zo groot mogelijke groep. Op de hoogtestage bijvoorbeeld is een groot deel van de Giroploeg bij elkaar. We maken daarin onderscheid tussen de klimmers en de sprinters. Het fysieke voordeel van een hoogtestage is straks voor de jongens die de inspanning bergop moeten leveren zoals George Bennett en Robert Gesink iets groter dan voor bijvoorbeeld Danny en Gijs. Maar naast het fysieke voordeel is de teambuilding ook een groot voordeel. Ze hebben natuurlijk al koersen samen gedaan, maar ze zitten nu in aanloop naar de Giro drie weken bij elkaar. Ze delen de kamer, ze delen eigenlijk alles met elkaar. Straks moeten ze elkaar blindelings kunnen vertrouwen. Gijs zal straks in de sprintvoorbereiding voor Danny door een muur moeten gaan, dus hoe beter dat vertrouwen, hoe beter je elkaar kent, hoe beter dat straks ook gaat lopen.’

Stel dat een renner voor of tijdens de Giro tegenslagen heeft. Door blessures of om een andere reden: wat is jouw rol daar dan in? 


‘Natuurlijk moeten we in eerste instantie zorgen dat hij fysiek zo snel mogelijk weer in orde is. Dat is de rol van de trainer en teamarts. Als ploegleider is dat meer een coördinerende rol. In het contact met de renner is het voor mij dan vooral begeleiden, als hij het niet meer ziet zitten bijvoorbeeld, dat hij in ieder geval weet wat hij moet doen, en waarvoor hij werkt. Als een renner in de voorbereiding geblesseerd is, dan is het vooral belangrijk dat je in het hersteltraject stap voor stap werkt. Een renner is zeker gemotiveerd om de start te halen natuurlijk, maar als je de start als einddoel hebt, dat is dan nog heel ver weg. In dat traject stel je dan steeds bereikbare doelen, zodat die renner wel gemotiveerd blijft om daarvoor te werken. Je moet niet 1 doel over bijvoorbeeld 3 weken hebben, maar zorgen dat de voortgang meetbaar is.’

Zelf reed je vaak de Giro d’Italia. Je bent zelfs recordhouder binnen Nederland van de renner die de meeste Giro’s heeft gereden. Helpt die ervaring je nu als ploegleider nog? 


’Dat hoeft niet per se de Giro te zijn, maar het helpt wel dat je op professioneel niveau gefietst hebt, qua verplaatsen in wat er in renners om gaat. Maar ik probeer om niet teveel vanuit mijn eigen ervaringen te gaan denken en coachen, want een ander kan het anders ervaren.’

Je bedoelt dat je wilt voorkomen dat je niet open staat voor de ander? 


‘Precies: want dan ga je niet luisteren naar anderen. Het grootste voordeel van dat je zelf hebt gekoerst is op het tactische vlak trouwens. Als je het zelf gedaan hebt, is het makkelijker om aan te voelen wat er aan het gebeuren is in de wedstrijd. Het maakt dan niet uit welke koers het is. Iedere koers heeft wel zijn eigen karakter, maar het zijn toch vaak dezelfde ploegen en dezelfde renners.’