FOCUS

Hoe blijf je goed gefocust?

Martijn Veltkamp onderzoekt de diepere mentale processen die kunnen bijdragen aan het verbeteren van je sportsprestaties.
Of het nu gaat om een korte inspanning als bij een 200 meter sprint of een prestatie van de lange adem zoals bij het fietsen, je focus is belangrijk. Bij korte prestaties moet op dat ene moment alles kloppen en je focus moet dus 100% zijn. Bij duursporten neemt de focus richting de finale steeds verder toe, maar is deze even belangrijk. Hoe doe je dat eigenlijk, in de juiste focus komen?

1.    Doel voor ogen: Het is moeilijk te focussen als je niet heel precies weet waar je naartoe wilt. Houdt dus je doel voor ogen, want dat is het baken waar je focus naartoe werkt.

 

2.    Wees selectief in je aandacht: Vlak voor een race is het belangrijk dat je in je hoofd alleen nog daarmee bezig bent. Zorg daarom dat je goed voorbereid bent en niet voor verassingen komt te staan (profwielrenner Oscar Freire vergat ooit zijn raceschoenen bij de start van een race; daar gaat je focus!). Neem in je hoofd de race door, of doe aan ‘self-talk’, bemoedig jezelf hardop. Laat je vooral niet afleiden door andere zaken als je telefoon of gesprekken over andere onderwerpen.

 


3.    Verleg je focus: Je kunt zowel intern (op je lichaam of techniek) als extern (omgeving, concurrentie) focussen. Het helpt als je goed kunt switchen tussen deze focuspunten; op training kun je het oefenen. Als je bijvoorbeeld pijn hebt, ben je geneigd intern te focussen. Maar je kunt je dan beter extern richten. Je pijnbeleving wordt in dat geval zelfs objectief minder!

 

4.    Gebruik je zintuigen: Als je heel diep gaat, dan is het moeilijk om te blijven focussen. Om extern te focussen, helpt het dan om al je zintuigen te gebruiken. Loop ze bijvoorbeeld 1 voor 1 af: wat zie je, wat hoor je, wat ruik je? Door dit te doen verleg je je aandacht.